"Het is bij mijn cliënten vaak letterlijk een zaak van leven of dood"
Het zijn drukke tijden voor de Bossche asieladvocaat Bart Toemen (51).
Al 25 jaar staat hij migranten en vluchtelingen bij die in Nederland asiel hebben aangevraagd: “We hebben te maken met Europese regelgeving waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het is mijn taak als advocaat om te zorgen dat iedereen zich daar ook aan houdt.”
Tekst: Marianne Lamers
Vijf stralende gezichten lachen de kijker toe. Op de foto die Bart Toemen laatst deelde op social media, heerst een uitgelaten stemming: de vrouwen -twee zussen met hun moeder en tante- maken vredestekens, en Toemen zit er met een grote glimlach tussen. Vóór Toemen op tafel ligt een dichtgeklapte laptop. Zijn werk zit erop, als het gaat om deze vrouwen althans. 5,5 jaar lang zette hij zich in voor een verblijfsvergunning voor de Iraakse zusjes Zahraa en Hawraa, inmiddels hun puberleeftijd voorbij. Er was een uitspraak van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg voor nodig, maar nu mogen ze dan eindelijk blijven.
Vlieger
Het zijn drukke tijden voor de Bossche asieladvocaat Toemen; was het niet om zijn cliënten te kunnen bijstaan, dan wel om aan de verzoeken van de pers te voldoen, die hem om zijn reactie vragen bij weer een nieuw kabinetsvoorstel. Al 25 jaar staat hij migranten en vluchtelingen bij die in Nederland asiel hebben aangevraagd: “We hebben een Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, waarin we hebben vastgelegd hoe wij omgaan met mensen die gevaar lopen in een land van herkomst. Het is mijn taak als advocaat om te zorgen dat iedereen zich daar ook aan houdt. Het is de tegenwind die de vlieger doet stijgen. Je kunt ervoor kiezen om je omver te laten blazen of om op te staan voor iets waar je in gelooft.”
In het geval van de twee Iraakse zusjes, sinds 2015 in Nederland, was daar een flinke strijd voor nodig, vertelt Toemen. Ze klopten in 2018 bij hem aan, dertien en vijftien jaar oud, met de vraag of hij hen kon bijstaan. Ze hadden hun asielaanvraag in hoger beroep verloren en dreigden te worden uitgezet. Toemen deed opnieuw een aanvraag waarin hij betoogde dat het voor de twee inmiddels verwesterde zusjes te gevaarlijk zou zijn om terug te worden gestuurd. Hun opvattingen over gendergelijkheid zouden tijdens hun verblijf in Nederland te veel zijn veranderd om nog een veilig leven te kunnen leiden in Irak.
Ik zie het recht als een instrument voor het individu om op te komen tegen een machtig instituut.
Buikpijnzaak
Toemen: “Het ging om de ‘vereenzelviging met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen mannen en vrouwen’. Omdat het asielrecht een Europees recht is, stelden we het Hof van Justitie in Luxemburg hier een aantal zogenaamde ‘prejudiciële vragen’ over; rechtsvragen van een rechter -in dit geval de rechtbank in Den Bosch- aan het Europese Hof van Justitie over de uitleg van een rechtsregel. De uitspraak die het hof dan doet, is bindend voor de lidstaten: die moeten zich daaraan houden.” Zou Toemen gelijk krijgen, dan zou dit grote gevolgen hebben voor soortgelijke zaken in de toekomst: “Dit ging veel verder dan alleen deze twee meisjes. We konden hier echt het verschil gaan maken voor een veel grotere groep.”
Het hielp dat de zaak van Zahraa en Hawraa een ‘buikpijnzaak’ was, vertelt Toemen: “Bijna iedereen, ook de IND, snapte waarom deze familie hier wilde blijven. Er was hier sprake van gewortelde kinderen.” In de lente van 2023 bepleitte hij samen met twee collega’s, aan de hand van wetenschappelijke rapporten en juridische kennis van Defence for Children, VluchtelingenWerk Nederland en de Universiteit Leiden, de zaak tegenover vijftien rechters in de Grote Kamer van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Hij was niet de enige die het spannend vond. ‘s Ochtends had hij nog een appje ontvangen van de oudste zus: “Ze had er niet van kunnen slapen, vertelde ze. Ze wenste me heel veel succes.” Pas anderhalf jaar later, op kerstavond 2024, mocht hij de zussen blij maken met een verlossend telefoontje: na een ‘prachtige’ uitspraak van het Europese Hof had de IND besloten om de asielaanvraag in te willigen, ‘gelet op de menselijke maat’. Toemen: “De blijdschap van die meiden, dat het toch goed gekomen was; dat was echt fantastisch.” Het gaat nu goed met de zussen: ‘De een doet een hbo-opleiding architectuur, de ander is net een mbo-opleiding gestart.”

Leven of dood
Was er geen sociaal advocaat zoals Toemen geweest die de zussen had bijgestaan, dan waren de meisjes in 2018 uitgeprocedeerd geraakt, vertelt hij: “Ze zouden zijn teruggestuurd naar Irak, of nu illegaal op straat leven.” En zo is het in bijna alle gevallen waarbij hij als advocaat optreedt: het is alles of niets. Het is vaak letterlijk een zaak van leven of dood: “Cliënten die terug moeten naar het land van herkomst, lopen daar het risico vervolgd te worden en zijn hun leven niet zeker.” Zo staat hij ook veel bekeerlingen bij, mensen die zich hebben bekeerd tot het christelijk geloof, en om die reden groot gevaar lopen in het land waar ze vandaan komen.
Het vrijwilligerswerk in een asielzoekerscentrum in het Limburgse Schimmert waar Toemen als piepjonge afgestudeerde rechtenstudent terecht kwam, staat hem nog helder voor de geest: “Het was met name de hoeveelheid vragen. Ik draaide mee met het spreekuur en de mensen bleven maar komen: ‘Hoe lang moet ik nog wachten? Hoe staat dat ervoor? Hoe zit dit precies?’ Wat dat betreft is er niet veel veranderd.” Bij zijn eerste zaak als advocaat waarbij hij een Tamil uit Sri Lanka bijstond wiens asiel was afgewezen, wist hij het zeker: hiervoor was hij rechten gaan studeren. “Ik zie het recht als een instrument voor een individu om op te komen tegen een machtige staat of voor werknemers om op te komen tegen een machtige werkgever. Ik heb altijd al meer sympathie gehad voor de underdog dan voor de mensen die aan de touwtjes trekken. Als je het goede kan doen, dan moet je het goede doen.”
Multiproblematiek
Het zijn vaak meerdere problemen waar zijn cliënten mee te maken hebben. Een goed voorbeeld daarvan stamt nog uit zijn beginjaren als advocaat toen hij ook strafrechtzaken deed. Hij stond een Nederlandse jongen bij die was aangehouden voor mishandeling. “De zaak kwam voor bij een politierechter, maar daar ging een aantal weken overheen. In die tijd ging alles fout. Omdat hij een paar dagen vast had gezeten, kon hij niet naar zijn werk. Toen hij zijn werkgever dat probeerde uit te leggen, was hij op staande voet ontslagen. Dat zorgde voor een volgende tegenslag: hij had om die reden geen recht op een WW-uitkering en had geen inkomen meer. Daardoor kon hij zijn huur niet meer betalen en moest hij zijn huis uit. Al die zaken kwamen bij mij terecht. Ik startte een procedure op tegen de werkgever en tekende protest aan tegen zijn onterechte ontslag. Ook maakte ik bezwaar tegen de weigering van de WW-uitkering en de ontbinding van zijn huurovereenkomst.”
Ondertussen, vertelt Toemen verder, kwam de strafzaak op zitting en werd de jongen vrijgesproken: “Daarmee had ik munitie naar de werkgever: ‘Je hebt hem ten onrechte ontslagen, want hij is vrijgesproken.’ De werkgever wilde wel meewerken en zette het ontslag om in een ontbinding. Doordat het een ontbinding werd, kreeg hij met terugwerkende kracht een WW-uitkering. Zijn huurbaas vroeg ik of hij de huurachterstand met terugwerkende kracht mocht inlossen. Ook die ging akkoord. Zo had ik in één keer alle problemen voor deze jongen opgelost.” Precies daar zit de toegevoegde waarde van een sociale advocaat, betoogt Toemen: “Dit is niet iets wat je aan mensen zelf kan overlaten. Ook voor het juridische loket is het duidelijk dat hier een sociaal advocaat nodig is. Het is aan de sociaal advocaat om de samenhang te zien van al die verschillende problemen en naar een oplossing te zoeken.”